Vakmanschap

Schaamte over schuld

Gevolgen bewindvoering

Puinhoop verminderen

Sarah (43) is een alleenstaande moeder van drie dochters: Violet van 20, die sinds haar achtste niet meer thuis woont, maar nog wel vaak langskomt en thuis logeert, Olivia van 17 die bij Driehuisouders woont, en de vierjarige Daisy, die bij Sarah woont. In dit drieluik - het verhaal van Sarah, Nel en bewindvoerder Christa – lees je hoe essentieel het is om de Big 5 te bespreken, present te werken en korte lijnen te hebben met de schuldhulpverlening.
Op het moment dat Sarah zwanger wordt van Violet, studeert ze International Management Studies aan de hogeschool InHolland. Daarnaast werkt ze in het magazijn van een groot kledingmerk. Ze studeert wanneer ze kan, en leent maximaal om haar studiekosten, de huur en het onderhoud van haar dochtertje te betalen. Vanwege complicaties tijdens de bevalling, en de druk die het alleenstaande ouderschap op haar legt, lukt het haar net niet om haar studie af te ronden. Ze haalt alle tentamens, maar mist één kwantitatieve analyse uit de tijd dat ze net bevallen was.
Christa Kruyswijk is sinds vijf jaar Sarah’s bewindvoerder en beheert haar rekening. ‘Ik spreek Sarah twee, drie keer per maand telefonisch. Elke week krijgt ze haar leefgeld, dat maak ik over van de beheerdersrekening. Het leefgeld is gebaseerd op haar inkomsten, in Sarah’s geval haar bijstandsuitkering inclusief toeslagen, minus haar uitgaven, zoals de huur en verzekeringen. Wat er onder de streep over blijft, dat verdelen wij in wekelijks leefgeld. En dat is niet veel.’ Beslissingen in het dagelijks leven kunnen grote consequenties hebben voor de bewindvoering en Sarah’s financiële situatie.
Regelmatig zijn cliënten – en vaak ook hun hulpverleners – daarvan niet op de hoogte. Zoals toen de vader van Daisy bij Sarah introk en zich op haar adres inschreef. Christa: ‘Ik wist dat Sarah zwanger was, dus met de kosten voor een baby hield ik rekening in het budget, maar ik wist niet dat de vader naar Nederland zou komen en zich meteen zou inschrijven. Ik kwam hierachter door een nieuwe beschikking van de belastingdienst. Ik dacht: hè, hoe kan dat nou, een wijziging in de gezinssamenstelling?’
Nel liep met Sarah de BIG 5 door, telkens weer. Zo werd – en bleef - financiën een gespreksonderwerp, totdat Sarah op een dag tegen Nel zei: ‘Bel David van WPI of Christa maar!’ Zo gezegd, zo gedaan, en Nel kwam tot de ontdekking dat Sarah onder bewindvoering stond en een schuld van € 100.000,- bij het DUO had. Tot dat moment wist niemand bij Spirit dit.

Nel: ‘Ik dacht: er zijn twee kinderen uit huis geplaatst, onder andere door alle stress en spanning. En daarnaast zijn de kinderen dan wel en dan niet thuis en dat drukt op haar portemonnee. Vanuit Sarah krijg ik weinig informatie over de bewindvoering, dus ik ben Christa gaan opzoeken. Ik wilde weten: wat doet een bewindvoerder precies, tot hoever gaat de hulp en wat moet ik weten om andere adviezen te geven of om Sarah bij te kunnen staan?’
Nel: ‘Het gesprek met Christa was voor mij zeer leerzaam: als hulpverlener is het goed om te weten dat als er iets wijzigt in de woonsituatie, dat daar financiële consequenties aan zitten.’

Uiteindelijk lukte het om alle schulden, behalve de DUO-schuld, weg te werken. Voor de DUO-schuld volgt een plan. Daar heeft Nel bij de gemeente op aangedrongen. Want als de DUO-schuld kwijtgescholden wordt, dan kan Sarah de arbeidsmarkt op. Dat zou voor Sarah goed zijn, na al die jaren thuiszitten kan ze eindelijk weer deelnemen aan het werkende leven. WPI ziet dat Sarah graag wil werken, en ziet ook hoeveel moeite Nel voor Sarah doet. Dat maakt dat WPI haar situatie opnieuw is gaan bekijken.

Iedereen richt zich op de kinderen, lees verder

Terug naar home

Iedereen richt zich op de kinderen

Sarah: ‘Alleen om het laatste studieonderdeel af te maken moest ik me een heel jaar inschrijven, dat kon ik niet meer betalen. En DWI gaf aan: als je je inschrijft, wordt je uitkering stopgezet.’ Sarah kan de uitkering niet missen, en maakt haar opleiding net niet af. Ze woont na de geboorte zelfs negen maanden met Violet in een opvanghuis voor jonge alleenstaande moeders, omdat ze de huur niet meer kan betalen. Ook na de geboorte van Olivia woont ze een tijdje met haar kinderen in de opvang. De studielening wordt een schuld, en doordat ze haar OV-chipkaart niet inlevert, loopt de schuld bij DUO verder op, tot € 100.000,-. Vanwege die schuld staat Sarah nu sinds elf jaar onder bewindvoering.

Sarah: ‘Ik weet nog dat ik zo’n € 20.000,- schuld had, en voordat ik het wist was mijn schuld € 100.000,-. Dat levert heel veel stress op. Je denkt: het is tijd om te gaan werken, om als alleenstaande moeder een leven op te bouwen voor je kinderen, en dan zit je daar maar. Je schaamt je. Ik heb klasgenoten die een goed leven hebben, ik durf zelfs te zeggen dat ik slimmer was dan een aantal van hen. Het is vernederend. Ik denk vaak: als ik toen niet zwanger was geworden… ik neem het mezelf ook kwalijk dat ik in deze situatie beland ben.

‘Ondertussen gebeurde er zoveel met de kinderen: Violet is een getalenteerd kind, een grappenmaker, maar ze ging niet naar school en wilde niet luisteren. Olivia moest uit huis. Ik ben bestolen door mijn ex. Er zijn hier in al die jaren zoveel hulpverleners geweest, maar iedereen richt zich op de kinderen. Niemand die je helpt, niemand die naar je luistert. Maar als jij als moeder blij bent, dan is de hele sfeer in huis gezonder en beter. Als kinderen in problemen verkeren, dan moet je kijken naar de omgeving: met wie woont het kind? Hoe gaat het met diegene? Dat lijkt logisch, maar toch was er niemand die zei, ‘Saar kom, laten we het over jou hebben’. Totdat Nel kwam. Toch duurde het nog even voordat ik durfde te vertellen dat ik financiële problemen had. De schaamte is groot.

Je schaamt je. Niemand die zei, Saar,
kom laten we het over jou hebben.

‘Nel zei: je hoeft me niks te vertellen, maar ik wil wel dat het met jou beter gaat. Met behulp van Nel heb ik bijvoorbeeld kunnen regelen dat Daisy naar de voorschool gaat. Dan kan ik joggen, of iets voor mezelf doen. Ik moet zorgen dat ik me psychisch weer goed ga voelen, maar het blijft moeilijk. Ik heb nu honderd euro per week om van te leven, soms moet ik daar extra geld van afdragen. Daarvan zorg ik voor Daisy, maar ook voor mijn andere dochters die hier soms zijn, ook al staan ze niet hier ingeschreven.’

Over de toekomst zegt Sarah: ‘De situatie is zo uitzichtloos. Ik zit met veel verdriet, schaamte. Ondertussen sta ik stil. Ik wil graag een wijnhandel beginnen met Afrikaanse wijnen, maar dat kan niet vanwege mijn schuld. Dan denk ik: wat voor leven is dit, hoe kom ik hier ooit uit en moet het verder?’

Contact tussen hulpverlener, bewindvoerder en ouder helpt om financiële problemen te stabiliseren of te verhelpen

Vanaf het moment dat Daisy’s vader ingeschreven staat, maakt hij deel uit van het huishouden. Dan geldt de kostdelersnorm. Christa: ‘De gemeente verlaagt de uitkering van Sarah. Als hij zijn inkomen dan op de beheerrekening stort, dan is er niks aan de hand. Maar dat is nooit gebeurd, terwijl dat meerdere malen met Sarah besproken is. En ondertussen werd zij wel gekort op haar uitkering en op de toeslagen.’

Gelukkig kon dit met terugwerkende kracht worden gecorrigeerd. ‘Daarmee heeft ze geluk gehad. Als het langer had geduurd, dan had ik haar vaste lasten niet meer kunnen betalen. Dit is een voorbeeld van financiële consequenties van bepaalde beslissingen die cliënten vaak niet kunnen overzien. Alle wijzigingen in de gezinssamenstelling moeten aan mij doorgegeven worden. Sterker nog, in principe moet Sarah aan mij toestemming vragen of het akkoord is dat er iemand bij haar komt wonen.’

Zo is ook Violet net achttien geworden en werkt nu 36 uur per week bij een supermarkt. Ze woont bij haar oma, maar staat ingeschreven bij Sarah. Dat betekent dat er opnieuw een kostwinner in huis is. Christa: ‘In dat geval moet Violet kostgeld gaan betalen, dat Violet iedere maand zelf op de beheerrekening van Sarah moet storten. Als ik dan een berekening maak, dan kijk ik: hoeveel wordt Sarah gekort op de bijstandsuitkering en de toeslagen vanwege de inkomsten van Violet? Dat stukje moet Violet gaan bijdragen aan kostgeld. En daar is vaak veel om te doen, is mijn ervaring, want jongeren willen dat meestal niet geven aan hun ouders.’

Ik kan niemand dwingen geld over te maken

Christa: ‘Ik kan niemand dwingen om geld over te maken, maar ik probeer wel uit te leggen wat de consequenties zijn. Violet is niet zo makkelijk in de omgang, dus met die perikelen hou ik wel rekening. Maar we moeten wel om de tafel, met Violet erbij. Voor hulpverleners is het daarom belangrijk dat je weet dat dit speelt. Deze situatie levert spanning op tussen moeder en dochter, hier kan de hulpverlening bij ondersteunen.’ Het is een voorbeeld uit de praktijk dat laat zien waarom het niet alleen belangrijk is om mét het gezin te werken, maar ook samen met betrokken professionals rondom het gezin. Dus niet naast elkaar, maar met elkaar.

Omdat Sarah een inkomen op bijstandsniveau heeft, heeft ze een nihilstelling gekregen. Dat betekent dat zo lang zij dit inkomen houdt, de schuld niet verhoogd wordt en er geen beslag wordt gelegd op haar inkomen. Dat betekent ook dat de schuld – als de situatie niet veranderd – haar leven lang blijft bestaan. Christa: ‘Ik heb Sarah aangemeld bij onze MSNP-afdeling: MinnelijkeSchuldregeling Natuurlijke personen[1]. Ik ga dan met de schuldeiser, in dit geval DUO om de tafel en doe een voorstel, bijvoorbeeld: 3 jaar lang 49,- aflossen en de rest kwijtschelden. Dan krijgt DUO tenminste nog iets en is er voor Sarah perspectief om op termijn weer schuldenvrij te zijn. Helaas is DUO niet akkoord gegaan. Het streven is nu op een beroep te gaan doen op de WSNP, de Wettelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen[2]. Omdat dat een wettelijke regeling is, heeft de schuldeiser geen keuze en moet hij meewerken. Zo hopen we dat Sarah met een schone lei kan beginnen.’

[1]Lees meer over de minnelijke schuldregeling MSNP: https://www.nibud.nl/consumenten/minnelijke-schuldregeling/

[2]Lees meer over de wettelijke schuldregeling WSNP:  https://www.nibud.nl/consumenten/wettelijke-schuldregeling-wsnp/

Goed voor jezelf zorgen

Inmiddels zit Daisy in groep 1 van de basisschool. Daisy en Sarah gaan daar lopend naartoe, 40 minuten heen en 40 minuten terug. Geld voor een nieuwe fiets is er niet. Toen Nel dat hoorde, besloot ze samen met Sarah haar oude fiets op te laten knappen. Werkend licht, een kinderzitje, nieuwe binnen- en buitenbanden. Sarah: ‘We zijn samen heen en weer naar school gefietst om te oefenen, want ik had al jaren niet gefietst. Dit is weer zo’n voorbeeld van hoe Nel werkt. Meteen aanpakken.’

Sarah: ‘Nel is in al die jaren dat we haar kennen een moeder-oma-figuur in ons leven geworden. We zien haar als familie. De telefoon gaat over en het is Nel en we zijn allemaal blij. Want ze komt met alleen maar positieve dingen, of ze belt met goed nieuws: ‘het is gelukt’ of ‘ik ben er mee bezig’. En wat niet opgelost kan worden, daar praten we over, zodat het probleem toch verlicht wordt. Met haar is het nooit van ‘Oh nee, alweer zo iemand’. Ze geeft gewoon hoop.

Nel: ‘De financiën en die stress, en die samenwerking tussen de hulpverlener, de bewindvoerder en ouders, die is heel belangrijk. Ik denk dat ik het in al die jaren verwaarloosd heb. En ik werk al dertig jaar voor Spirit.

Mijn schaamte zit hier: kinderen werden uit huis geplaatst, en ik werkte op die plek waar de kinderen zaten (de Koppeling, red.). Mijn taak was: de communicatie herstellen tussen ouders en kinderen. Maar ik heb me nooit verdiept in de financiën van die ouders. Ik denk dat door die financiële problemen heel veel kinderen het huis uit zijn geplaatst.

Er was in de meeste gezinnen altijd veel spanning over geld, dat weet ik. Ik zei dan wel: niet verwachten dat je moeder Nikies meeneemt, of beltegoed. Maar ik ging te weinig met die ouders zitten om te kijken: hoe is dit financieel bij jullie geregeld? Wat heb je nodig? Nu ik daar (naar financiën, red.) bij cliënten veel meer naar vraag, kom ik beter bij de pijn en stress van mensen.’

Het is een meisje van twee jaar,
die moet bij haar moeder blijven.

Nel: ‘Dus mijn insteek bij Sarah is: Daisy moet niet thuis weggehaald worden. Het is een meisje van vier jaar, die moet bij haar moeder blijven. Om dat te bereiken wil ik dat Sarah een sterke vrouw gaat worden, een sterke moeder. Ik zeg haar ook: jij moet nu aan jezelf werken, goed voor jezelf zorgen. Daisy gaat naar school. Sarah is weer gaan rennen. Ze wordt sterker en krijgt haar eigenwaarde weer terug.’